Terug

VO-Expo: hoe stel je nou een echte tentoonstelling samen?

Cultuureducatie is een van de pijlers binnen Nieuwe Veste. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het Bredase onderwijs een belangrijke partner is. Een van de meest aansprekende projecten is de jaarlijkse VO-Expo. Scholen in het voortgezet onderwijs laten daarin zien wat hun leerlingen aan beeldende kunst produceren. Per deelnemende school krijgen een of twee leerlingen een cursus tot junior-curator. Zij worden verantwoordelijk voor het samenstellen van de expositie met werken van de leerlingen van alle scholen.

In 2025 deden er acht scholen mee. Het idee erachter: er wordt veel moois op de scholen gemaakt en het is zonde om dat binnenskamers te houden. Dus is er jaarlijks een expositie waar heel Breda van de kunstwerken kan genieten. Zo krijgen de jonge kunstenaars een groter podium en leren de junior-curatoren wat er allemaal komt kijken bij het samenstellen van een heuse tentoonstelling.

   

En dat is een hoop, zo ondervond Linde Sikkenga. De nu 18-jarige trok in 2023 voor haar school (Stedelijk Gymnasium) de educatieve kar: “Al snel dacht ik: waar ben ik aan begonnen?”, lacht ze nu. “Na algemene trainingen kwam het selecteren van de werken en het kiezen en beschrijven van het thema. Allemaal praktische dingen dus. Daar gaat al veel tijd inzitten.” Arjan Muller begeleidt de VO-Expo voor Nieuwe Veste, en hij beaamt dat tijdsbeslag. “Het gaat om negen trainingen van zo’n anderhalf uur. Naast het selecteren door het hele team worden er werkgroepjes samengesteld met ieder eigen taken. De public relations, het schrijven van de teksten bij de kunstwerken, het ontwerp van de posters, de feestelijke opening; alle facetten van een tentoonstelling komen aan bod. Voor het inrichten van de tentoonstelling zelf wordt ongeveer vier dagen uitgetrokken.”

   

Annemiek Tekstra, de vo-curator van Nieuwe Veste “het is belangrijk de groep junior-curatoren in hun kracht te zetten, zodat iedereen zich veilig voelt om samen te werken.  Je bouwt aan iets nieuws met elkaar met een groep nieuwe mensen in een leeftijdsfase waarin je ziet dat er veel onzekerheid is bij jongeren.”  Annemiek vervolgt, “hier komt veel op ze af waar ze hun weg in moeten vinden. In dit project leren ze dat er meer perspectieven zijn naast die van henzelf, waardoor de blik op de wereld verbreed. En hoe mooi is het,” zegt Annemiek “, dat de jongeren ons en het publiek steeds verrassen met de thema’s die ze presenteren.”

   

“Het is heel erg creatief, het leuke is dat je veel zelf mag bepalen”, zegt Manou ten Bloemendal. De 17-jarige studente van het Mencia de Mendoza Lyceum was afgelopen jaar junior-curator. “Je vormt hechte groepjes, dat merkte ik al snel. En het zijn echt gemotiveerde leerlingen die aan de VO-Expo meedoen.” Alexander Vos is als oud-docent van Markenhage betrokken bij de VO-Expo. “De leerlingen denken echt mee over de thema’s van de exposities”, ervaart hij. “Iedereen die meedoet, brengt iets van waarde in. De voorselectie omvat ongeveer vijftien kunstwerken per school. Dan zijn er dus al een stuk of vijftig afgevallen. Dan komt het lastige: het ontdekken van een ‘rode draad’. Dat levert nog een keuze op, waardoor er voor de uiteindelijke tentoonstelling rond de acht werken per school overblijven. De selectie draait vooral om de verbeeldingskracht van de kunstwerken.” Dat levert onherroepelijk een aantal ‘kill your darlings’-momenten op… Maar ook het maken van pijnlijke keuzes hoort bij het leren samenstellen van een expositie. Het eindresultaat is een kunstwerk op zich.

  

In 2025 was de VO-Expo te zien in Carré Chassé. Er wordt jaarlijks een andere, aansprekende locatie gekozen. Waar het de komende editie te zien is, wordt later dit jaar bepaald. In de zoektocht naar een geschikte locatie wordt vooral ook gekeken naar een ruimte die de eerdergenoemde verbeeldingskracht kan stimuleren

  

De VO-Expo mag dan een begrip zijn in het Bredaas onderwijs, er is nog best een wereld te winnen. Arjan Muller: “Het is jammer dat we nog niet alle leerlingen bereiken. Je leert er zó veel van. Anders kijken naar ruimte en de kunstwerken, om maar wat te noemen. We willen graag zo veel mogelijk jongeren meegeven wat écht kijken je kan brengen.” Daar hoeven we Linde Sikkenga niet meer van te overtuigen: “Ik studeer intussen Kunstgeschiedenis in Leiden. Daarnaast werk ik bij Museum Voorlinden, waar ik een paar uur per week ‘op zaal’ sta.” De richting van haar toekomst is voor haar dus wel duidelijk. Daar zal het junior-curatorschap aan hebben bijgedragen. “Er zijn veel jongeren die mede door dit project richting de kunst gaan”, is haar overtuiging.

   

En hoewel Manou ten Bloemendal van het project genoten heeft, ziet zij een andere weg voor zich. “Ik vond het echt heel leuk, maar ik zie mijn toekomst meer in de medische sector.”


Tekst: Joost Klaverdijk