Omdat de bus niet komt
Veel scholen kampen met een probleem: ze slagen er niet in om met hun
leerlingen een theater, museum of andere culturele instelling of cultureel
evenement te bezoeken. Waarom niet?
Omdat de bus niet komt.
CMK3 en kansengelijkheid
In de derde periode van de landelijke regeling Cultuureducatie met Kwaliteitis er vanuit de provincie een themawerkgroep samengesteld die zich bezighoudt met kansengelijkheid. Na de definiëring van het begrip, is er onderzoek gedaan naar wat is er nodig om cultuureducatie toegankelijk te maken voor iedereen, zodat ieder kind zich gezien voelt, op gelijkwaardige wijze kan deelnemen en daardoor zijn blik kan verbreden.
Vervoersproblematiek
Uit gesprekken met culturele instellingen, scholen en ouders over kansengelijkheid binnen cultuureducatie heeft de Brabant brede themagroep CmK3 een terugkerend geluid gehoord: We moeten terecht nadenken over divers en inclusief aanbod voor leerlingen, maar er ligt vaak (ook nog) een ander (praktisch) probleem aan de basis: het ontbreken van het vervoer om überhaupt bij cultureel aanbod te komen.
De themagroep heeft de handen in één geslagen om dit belangrijke thema op de kaart te (blijven) zetten. Dit resulteerde in een bijeenkomst waarin kennis werd gedeeld over dit thema. Hier werd er een prent van kunstenaar Jan Rothuizen gepresenteerd, over de vervoersproblematiek binnen cultuureducatie. Daarnaast werd er brandbrief opgesteld, waarin de vervoersproblematiek wordt geduid.
lees hieronder de bijbehorende brandbrief.
Manifest over waarom leerlingen geen theater, museum of erfgoed kunnen bezoeken
Als de bus niet komt
Veel scholen kampen met een probleem: ze slagen er niet in om met hun
leerlingen een theater, museum of andere culturele instelling of cultureel
evenement te bezoeken. Waarom niet?
Omdat de bus niet komt.
Het klassikaal vervoer, en alles wat daarbij komt kijken, blijkt helaas moeilijk te
realiseren. De problemen waarmee leerkrachten en schoolleiders kampen, verschillen
per school, stad of regio. Ze moeten echt overwonnen worden. Want cultuurbezoek is
wezenlijk voor de ontwikkeling van elk kind.
Waarom moet een kind langs schilderijen worden geleid? Waarom moet het kunnen
ruiken hoe het in een theater ruikt, is het nodig om de fundamenten van een Romeinse
tempel van dichtbij te kunnen bekijken? En er is toch kindertheater dat langs de scholen
toert, zijn er dan geen boeken en audiovisuele media in overvloed?
Jawel. Allemaal even belangrijk. Maar kunst en cultuur ervaar je pas echt da a r waar de
verhalen tot leven worden gewekt. In die andere wereld, die van de verbeelding. Da a r
ontdek je je eigen talenten, da a r ontdek je dat de ander misschien wel een heel ander
wereldbeeld heeft dan jij. Dat vergroot je begrip over de wereld en verbindt jou met de
ander.
Ouders vinden het bezoek aan een culturele instelling belangrijk, zo blijkt uit onderzoek.
Sommige ouders zijn in de gelegenheid om zelf met hun kinderen cultuur op te snuiven.
Anderen niet. De school is de geijkte plek van waaruit het bezoek te organiseren is.
Omdat het cultuurbezoek van de nodige context wordt voorzien in het lesprogramma.
Omdat cultuurbezoek in groepsverband efficie nter te realiseren is, ook voor de theaters
en musea zelf is dat veel gemakkelijker. En ten slotte draagt het ertoe bij dat a lle
kinderen de kans krijgen om, al is het misschien maar een enkele keer, kunst en cultuur
aan den lijve te ervaren.
Hoe kom je daar, in dat kasteel, museum of theater? Een voor de hand liggende oplossing
is: doe een beroep op ouders. Op hun tijd, op hun auto’s, op hun bereidheid om vrijwillig
de handen uit de mouwen te steken. Aan die bereidheid ontbreekt het vaak niet. Maar
die eerste twee… De meeste ouders werken allebei en kunnen overdag niet een paar
uurtjes weg. Vanwege dat werk is er vaak ook geen auto beschikbaar. En dan zijn er nog
gezinnen die geen auto hebben. Wat ook geen stimulans is, is dat ouders vaak wel mogen
rijden, maar niet allemaal mee naar binnen kunnen in het theater of het museum…
Sommige schoolgebouwen staan in het centrum van een stad of daar in de buurt. Daar
zijn vaak ook de musea en theaters gelegen, daar kun je soms zelfs lopend naartoe.
Misschien zelfs op de fiets. Maar dan is veiligheid wel een punt van aandacht dat no g
1 Het gaat om culturele instellingen en evenementen in de breedste zin van het woord, dus ook festivals,
dans- en filmvoorstellingen et cetera.
meer eisen stelt aan de organisatie van zo’n uitje. Voor veel scholen, of ze nu in de
buitenwijk van een stad liggen of op het platteland, waar sowieso veel minder musea en
theaters te vinden zijn, is de afstand een groot probleem.
Een bus inhuren dan maar? Makkelijker gezegd dan gedaan. Een bus is duur. Sommige
busbedrijven zijn best genegen om wat aan de prijs te doen als het om scholen gaat.
Maar het zijn geen liefdadigheidsinstellingen. En het gaat niet alleen om die twee ritjes
heen en weer. Moet de chauffeur tussendoor wachten? Ook dat kost geld. Kan hij
tussendoor een andere rit doen? Is hij dan op tijd terug of belandt hij in een file?
Voor veel scholen is het inhuren van een bus daarom geen optie. Het is een feit:
mobiliteit, beter gezegd: het ontbreken daarvan, maakt dat niet alle Nederlandse
kinderen in het theater of museum komen. Dat zouden we niet moeten accepteren.
Er is een groep leerlingen voor wie de obstakels nog hoger zijn. Die van het speciaal
onderwijs, waar extra begeleiders nodig zijn bij een uitstapje buiten de school. Voor de
leerkrachten van deze scholen is het no g moeilijker om bezoekjes te organiseren.
Sommige scholen overwegen weleens om met het openbaar vervoer te reizen. Maar wie
garandeert dat de stads- of streekbus die om 10 over 10 bij halte Kerkstraat vertrekt,
plaats heeft voor 30 kinderen? En zijn die lege stoelen er op de terugweg ook nog?
Gelukkig slagen sommige scholen er we l in om hun leerlingen met enige regelmaat een
cultureel uitstapje te bezorgen. Dankzij Erfgoedcentrum Rozet in Arnhem bijvoorbeeld
kunnen kinderen uit de Gelderse hoofdstad met de bus naar theater of museum. In de
provincie Zeeland rijdt de Cultuurbus, die op afroep voor scholen beschikbaar is.
Sommige provincies en gemeenten hebben speciale vervoersregelingen voor scholen.
Een enkel museum organiseert zelf vervoer en in het zuiden van Limburg treedt een
regionaal busbedrijf als sponsor van scholen op. Wat die positieve voorbeelden
gemeenschappelijk hebben, is dit: er zijn extra budgetten beschikbaar, waaruit
commercie le busritten bekostigd worden, zodat de toch al onder druk staande schoolkas
niet extra wordt belast. Belangrijker is echter dit: er is brede consensus over het belang
van culturele uitstapjes en commitment tussen scholen, culturele instellingen en lokale
overheden en/of verstrekkers van fondsen. Wat ook belangrijk blijkt te zijn, is maatwerk.
Nodig vanwege de geografische verschillen en de ongelijke spreiding van culturele
instellingen.
Het kan dus wel. Samen. Helpt u mee om het tij te keren? Elk kind in Nederland moet
toch een keer de spanning hebben gevoeld van dat theatergordijn dat langzaam wordt
opengeschoven? Welke andere wereld openbaart zich daar voor mij?
Dit is nodig: dat het vervoersprobleem breed bekend wordt. Dat betrokkenen –
culturele instellingen, scholen en lokale overheden – bereid zijn om gezamenlijk
over oplossingen na te denken. Dat er budget komt voor busvervoer en dat de
inventiviteit wordt geprikkeld om op lokaal niveau maatwerk te leveren, met de
initiatieven elders in het land als goede voorbeelden