Huis Ocrum
Huis Ocrum dankt zijn naam aan de Franse edelman Jean de Hocron, een vooraanstaand edelman en lid van de hofhouding van Hendrik III van Nassau en zijn zoon René van Chalon. Hij kocht het perceel samen met de eveneens Franse edelman Nicolaes d’Aubermont, ook lid van deze hofhouding, na de stadsbrand van 1534. Op de restanten van het afgebrande huis op het perceel begonnen zij gelijk aan herstel en herbouw van een nieuw hofhuis.
De stadsbrand van 1534 was ontstaan in de St. Janstraat bij de St. Janskapel en de meeste huizen in die straat waren zwaar beschadigd of tot de grond toe afgebrand.
De oudste gedeelten van Huis Ocrum dateren van even na de stadsbrand van 1534, waarbij de kelders behouden bleven. De huidige kelders onder de zuid-, west-, en noordvleugel dateren dus nog uit de jaren vóór de stadsbrand. Omdat de oude kelders slechts half onder de grond liggen, bevindt de begane grond zich nu nog ongeveer een meter boven het niveau van het binnenplein. Het pand werd in een paar jaren enkele keren uitgebreid en omvatte uiteindelijk drie vleugels rond een binnenplaats, een traptoren met een vroegrenaissance stenen trap en een poort naar de straat. Het trappenhuis is gelijktijdig met het poortgebouw gebouwd en dateert uit de periode 1538 – 1540. Daardoor is het een van de vroegste renaissancetrappen in Nederland. In het trappenhuis bevond zich waarschijnlijk ook de enige ingang van het 16de-eeuwse complex. Het enorme pand heeft in zijn leven heel wat bestemmingen gehad. De naam Hocron werd later verbasterd tot Ocrum.
Jean de Hocron overleed in 1542 en werd in de Grote Kerk van Breda begraven.
In de 18e eeuw wordt de zuidvleugel met een gang uitgebreid. In deze periode verblijven de Gecommitteerde Staten in het Huis Ocrum als zij in Breda zijn. Vandaar dat het Huis Ocrum in die tijd ook wel het ‘Statenhuis’ genoemd wordt.
De huidige voorgevel in neorenaissance stijl is aangebracht tijdens een ingrijpende verbouwing aan het einde van de negentiende eeuw.
Meerdere malen zijn Huis Ocrum en het naastgelegen Huis Hersbeek samengevoegd en weer gesplitst. Hiervan zijn de sporen op verschillende plaatsen nog zichtbaar in de vorm van dichtgemetselde doorgangen. Het pand heeft onder andere gediend als klooster, ambassade, koninklijk onderkomen, militair magazijn, weeshuis en kunstacademie.
Klooster
In 1577 hadden de zusters Augustinessen in hun klooster Vredenberg in Boeimeer veel last van muitende troepen tijdens de 80 jarige oorlog en zij namen hun intrek in het huis Ocrum dat door de stad aan hen werd verhuurd. In die tijd wordt het pand aangeduid als ‘Het Nyew Clooster’. Maar ook hier kregen de nonnen geen rust. In 1581, nadat de Spanjaarden Breda hadden heroverd, kreeg de stad een nieuw garnizoen en werden onder meer in huis Hersbeek soldaten ingekwartierd. Zij bezorgden hun buurvrouwen de nodige overlast, zoveel zelfs, dat de bisschop van Roermond er aan te pas moest komen om ervoor te zorgen dat de soldaten elders onderdak kregen. Na het vertrek van de soldaten huurden de nonnen het huis Herzbeek erbij.
In 1610 vertrokken de nonnen definitief uit Breda en vestigden zich in Lier.
In 1613 ging het stadsbestuur over tot verkoop van het pand, dat op dat moment een van de fraaiste huizen in de stad was, met verschillende vleugels, een achterhuis, nog een aantal woningen, een tweede plein, een grote vierkante tuin en een bleekveld.
Bij de verkoop werd het hele perceel in kleine kavels verkocht en diende het weer als woonhuis tot 1625.
Jezuïeten
In 1626 kochten de Jezuïeten de huizen Hersbeek en Ocrum. Zij vestigden er een nieuwe school, een klooster, een internaat en er werd zelfs een kerk ingericht. Er werd lesgegeven aan kinderen van de gegoede katholieke burgerij. In 1637 vond echter de aftocht plaats van de Spaanse troepen, met in hun kielzog alle katholieke geestelijken die in Breda verbleven. In 1639 verkochten de Jezuïeten de panden aan Johan van Aerssen. Hij splitste de beide panden weer.
Henry Coventry en de Vrede van Breda
In 1667 vonden in de stad onderhandelingen plaats met Engeland die leidden tot de Vrede van Breda, waarmee er een eind kwam aan de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. De afgezanten van de verschillende landen werden gehuisvest in een aantal grote stadspanden. Sir Heny Coventry, de Engelse ambassadeur had het, inmiddels leegstaande, huis Ocrum gehuurd voor 850 gulden. In huis Hersbeek trok Lord Denzil Hollis, raadgever van de Engelse koning, in. Zij verbleven vier maanden in Breda. Na de ondertekening van het vredesakkoord vond er voor de huizen Ocrum en Hersbeek een plechtigheid plaats. Er werden fonteinen geplaatst waaruit wijn spoot, waar de omstanders zich tegoed aan konden doen.
Lodewijk Napoleon
In 1806 werd Breda vereerd met een bezoek door de kersverse koning van Holland: Lodewijk Napoleon Bonaparte (de broer van...), met zijn vrouw Hortense de Beauharnais. Het paar was op rondreis door het nieuwe koninkrijk en overnachtte in Breda. Zij kregen onderdak bij Johannes Havermans, drossaard van het land van Breda, die sinds 1803 in huis Ocrum woonde. Om het grote huis nog meer luister te geven werden bij welgestelde Bredanaars luxe meubelen, spiegels en zilverwerk geleend en werd het huis gedurende de nacht op kosten van de stad feestelijk verlicht. Lodewijk Napoleon was natuurlijk Franstalig en voor deze gelegenheid had hij het Nederlandse zinnetje ‘ik ben jullie nieuwe koning’ geleerd. Hij versprak zich echter en zei: “Ik ben jullie nieuwe konijn.”
Kazerne
In 1830 werd Huis Ocrum verkocht aan de gemeente Breda, die het huis tot 1847 verhuurde aan het Rijk. Het gebouw werd vervolgens ingericht als kazerne. In deze tijd werd vermoedelijk de oostvleugel eraan toegevoegd. Vanaf 1849 hield het huis Ocrum als statig hofhuis definitief op te bestaan.
Weeshuis
In 1847 wordt Huis Ocrum gekocht door het Roomsch Weeshuis. In 1887 wordt de voorgevel vernieuwd. Aan weerszijden van de vensters hebben de sluitstenen van de bogen de vorm van menselijke hoofden gekregen. De vier hoofden het verst van de ingang verwijderd vertonen ongure gelaatstrekken, terwijl die bij de ingang nobele gelaatstrekken hebben. Dit was waarschijnlijk bedoeld als zinnebeeld van het weldadige effect van het weeshuis op de opvoeding van de wezen.
Het pand blijft tot 1952 eigendom van het Roomsch Weeshuis.
Het wapen van Holland
In 1832 krijgt het Roomsch Weeshuis een zeer groot legaat (f 50.000,-) van de Amsterdamse rentenier Alexander Carel Bartholomeus Lodewijk, die zich de titel ‘Graaf van Brederode’ had aangemeten. De regenten van het weeshuis laten als dankbetuiging in 1887 het wapen van Van Brederode aanbrengen boven de poort in de nieuwe voorgevel. Omdat de graaf Van Brederode beweerde af te stammen van de graven van Holland, voerde hij hun wapen. Vandaar dat het wapen in de voorgevel het wapen van Holland is.
De wapensteen werd voor f 150,- gemaakt door F. Hermus, die alle natuurstenen voor het Huis Ocrum leverde. Bij een van de latere restauraties is zijn naam op de wapensteen verkeerd overgeschilderd, waardoor er Ehrasmus is komen te staan. Op de siersteen links boven de toegangsdeur staat zijn naam correct vermeld.
Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost
In 1952 wordt het pand aangekocht door de Bredase Kunstacademie. Deze was er gevestigd tot midden 1990. Daarna verhuisde de academie naar het gebouw van het voormalige Klein Semenarie IJpelaar. De verbouwing die in 1953 - 1954 plaatsvond voor hun huisvesting, was een van de meest ingrijpende wijzigingen die het complex heeft ondergaan sinds de 16e eeuw. Helaas werd er in die tijd geen rekening gehouden met het monumentale karakter van het pand en is de structuur ervan op tal van plaatsen geweld aangedaan.
Rijksmonument
Huis Ocrum heeft sinds 1966 de status rijksmonument en staat ingeschreven onder nummer 10229 in het rijksmonumentenregister.
Nieuwe Veste
In het kader van een grootschalige herhuisvesting van culturele instellingen in het centrum, waarbij ook de bibliotheek betrokken was, werd Huis Ocrum heringericht om vanaf 1993 het centrum voor kunst en muziek De Nieuwe Veste en de bibliotheek te huisvesten. Het grote achtererf, dat aanvankelijk tot aan de Oude Vest liep, is grotendeels verdwenen door de aanbouw van de nieuwe bibliotheek aan de Molenstraat, die in 1993 voltooid was. Bij deze verbouwing vormde de historische waarde en de versterking van de oorspronkelijke structuur wel een belangrijk uitgangspunt. Ook tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden vond voortdurend overleg plaats met de bouwhistoricus.
Zo is de getracht de gevel aan de St. Janstraat schoon te maken, omdat deze geheel wit geschilderd was. Dit bleek niet mogelijk zonder beschadigingen, daarom werd besloten de muur volledig in de oorspronkelijke kleuren te verven.
Tegenwoordig maakt het pand daarmee deel uit van Nieuwe Veste, cultureel centrum en bibliotheek. Het nieuwe gedeelte is ontworpen door de architect Herman Hertzberger. Bij de nieuwbouw zijn enkele eeuwenoude, bijzondere, zwarte moerbeibomen (Morus nigra) in de voormalige tuin van Huis Ocrum gespaard. Deze zijn geplant rond 1780, toen Ocrum eigendom was van Mr. Gerrit Willem Motman, rentmeester van de prinselijke domeinen. De zoet framboosachtige, zeer kwetsbare, vruchten werden vroeger veel gegeten. Onze Horeca BOMEN oogst deze bijzondere vruchten tegenwoordig, en verwerkt ze in heerlijke taarten en smoothies. De moerbeibomen vormden het uitgangspunt voor de nieuwbouw in 1993. De nieuwbouw is officieel geopend door Prins Claus. Toen het eerste deel, de aanbouw, was voltooid, werd Huis Ocrum aangesloten aan de nieuwbouw. Dit was gereed in mei 1996.
In 1998 werd de Bredase Architectuurprijs toegekend aan Herman Hertzberger voor de nieuwbouw van Nieuwe Veste.
Weer een verbouwing
In 2019 is wederom gestart met een ingrijpende verbouwing. Hiervoor werd wederom een beroep gedaan op architect Herman Hertzberger. De inmiddels 87-jarige Hertzberger koos in het nieuwe ontwerp, samen met interieurontwerper Jan-David Hanrath, voor een ruimer en meer open karakter, en voegde ook een ruime podiumtrap toe. Met het Huis Ocrum als basis, is Nieuwe Veste een beeldbepalende monumentale plek in de stad geworden.